Symbolisch Bloemschikken
Truus van de Wal, Corrien Buurma, Francisca Schippers
Symbolisch bloemschikken 2010-2011
Avondgebed 9 sept 2011
Paasmorgen 2011
Paasnacht 2011
Goede Vrijdag 2011
Witte Donderdag 2011
Palmpasen 2011
Advent 2010
Gedachteniszondag 2010
Avondgebed 9 sept 2011
Thema: Struikelblokken en Stapstenen
Het hout, waarop de liturgische schikking is geplaatst, heeft de vorm van een golf. Hiermee wordt beweging zichtbaar gemaakt. Zonder beweging, is er geen doortocht mogelijk.
Het hout is kaal, levenloos. Dorheid, die er ook in onze wijkgemeente is. Maar de dorheid wordt doorbroken door de uitgestoken hand van de Levende. De groene hedra verbeeldt de eeuwigdurende trouw van God. De kastanjebolsters met hun harde en stekelige buitenkant symboliseren de pijn die wij, bewust of onbewust, hebben berokkend.
Er liggen ook stenen rond de schikking. Stenen waar je je voet aan stoten kan, struikelblokken…
Of: stenen die als wegwijzers dienen, als stapstenen onder je voet wanneer de weg nat en glibberig wordt.
We steken twee kaarsen aan: een donkere kaars voor het kwaad in de wereld. Voor het verdriet in de gemeente.
Een lichte kaars: aangestoken voor het goede in de wereld. Voor de vreugde in onze gemeente.
Moge het goede en het schone ons inspireren en wijsheid in onze gemeente brengen.Paasmorgen:
Paasnacht:
Verbonden met jou.
Jij reikt mij beide handen.
Het wonder van nieuw leven
is licht in mijn bestaan.
Goede Vrijdag;
Verbonden met jou?
In deze stille leegte?
Ik hef mijn lege handen -
Waarom ben ik verlaten?
![]()
![]()
Witte donderdag:
Verbonden met jou.
Jij breekt het brood in stilte.
Ik strek mijn handen uit
en drink jouw beker leeg
Palmpasen:
Verbonden met jou
in dit gedrang van feesten
totdat de stilte valt.
Zal ik jou straks weer vinden?
Verbonden door nieuw licht?
Advent 2010
Zondag 21 november 2010, gedachteniszondag
De laatste zondag van het kerkelijk jaar gedenken wij traditiegetrouw de gemeenteleden die het afgelopen jaar overleden zijn door hun namen te noemen en een kaars voor hen aan te steken aan de vlam van de Paaskaars, het teken dat niet de dood het laatste woord heeft. We noemen hun namen voor het aangezicht van de Eeuwige, maar noemen ook de namen van levenden. De liturgie zingt hiervan: Voor uw aangezicht gedenken wij onze doden naam voor naam. Voor uw aangezicht onze levenden, allen met wie wij zijn: kinderen ons toevertrouwd, vrienden dichtbij en ver. Allen die ons aanbevolen zijn en dat wij hen zouden noemen voor uw aangezicht. In de cirkelvormige liturgische bloemschikking wordt dit zichtbaar gemaakt. Ook vandaag, juist vandaag, willen wij in onze gemeente naast en om elkaar heen staan. Zo vormen wij een kring van levenden en doden, met elkaar verbonden door liefde. Liefde van God, liefde van mensen: witte rozen en rode rozen. Zo staan wij zij aan zij. De cirkel is doorbroken, er zijn lege plaatsen in ons midden. In deze open plek plaatsen we de kaarsen die één voor één aangestoken worden. Dat wij ons getroost mogen weten door de warmte van het licht dat zij verspreiden.




















