sla menu over

Genesis 3: 1 – 14

31Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 4‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’ 6De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. 7Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van. 8Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ 10Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ 11‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ 12De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ 13‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ 14God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten.

Deze tekst werd gelezen op de zondag na Pasen. Ik vroeg mij af: ‘Is er dan een relatie tussen de tuin van Eden en de tuin van Getsemane?’ Een spannende combinatie. Dat is wat ik hoop te vinden in de eredienst. Het begint met verstilling en vanuit die stilte komen lezingen tot mij die spanning oproepen. Gevolgd door een meditatie die schuurt, die vragen en ongedachte beelden oproept.

Maar terug naar de lezing. Dit gedeelte komt uit het eerste van de vijf boeken van Mozes. De Thora. De boeken van Mozes vormen de kern van de bijbel. Het zijn de oerverhalen over het leven van mensen. Hoe wij leven en werken als individu, wát wij ervaren in ons leven en wát ons daarin kan overkomen. Over hoe wij samenleven; samenleven in een relatie, samenleven met familie en verwanten, samenleven met andere mensen in onze omgeving. Maar ook wat er mis kan gaan. Soms door eigen toedoen, soms omdat het je gewoon overkomt. In de verhalen in de Thora maakt God ons duidelijk wat wij wel en wat wij niet zouden moeten doen; hij houdt ons een spiegel voor. Maar wat er ook allemaal gebeurt in een mensenleven, altijd is de boodschap dat God een leven lang met ons gaat.
Maar die oerverhalen zijn nogal weerbarstig. Lastig te verstaan en moeilijk te duiden. Om die lastige verhalen beter te kunnen begrijpen, ontstonden er andere verhalen die verzameld zijn in de profeten en de geschriften. Deze verhalen vertellen exact hetzelfde verhaal als de oerverhalen, maar vanuit andere gezichtsvelden. Deze verzameling boeken – de Thora met de geschriften en de profeten – vormen het eerste testament.
Die verhalen waren de basis van waaruit Jezus leefde en werkte. Hij was ten volle jood. Ging hij niet als jongen in gesprek met de leraren in de tempel? Niet om de verhalen in twijfel te trekken, maar om te discussiëren over de betekenis van de oerverhalen. En later voedde hij een menigte mensen met 5 broden en 2 vissen. Een verwijzing naar de vijf boeken van Mozes – de 5 broden – en de profeten en geschriften – de 2 vissen. Een maaltijd die bestaat uit brood en vis bevat in de basis alle nodige ingrediënten voor een gezond en sterk lichaam: koolhydraten, essentiële vetzuren en eiwitten, aangevuld met mineralen en vitaminen. Zou dan het eerste testament ook niet voldoende geestelijke voeding bevatten?
Jezus duidde de verhalen van de Thora. Evenals de profeten en geschriften vertelde hij hetzelfde verhaal, maar met een andere belichting. Jezus stelde niet die oude verhalen ter discussie, maar duidde ze in zijn tijd. Hij streed tegen vastgeroeste regels, de dogma’s en de doorgeslagen wetten van zijn tijd, waardoor gewone mensen in het gareel werden gehouden en het hen onmogelijk werd gemaakt ten volle te leven. Dat deed hij door minder bedeelden en zieken, mensen die als uitschot van de maatschappij werden gezien, naar voren te halen en in het volle licht te zetten.
Regelmatig hoor je nog de omschrijving ‘oude testament’. Alsof het heeft afgedaan en is vervangen door het nieuwe. Naar mijn stellige overtuiging wordt daarmee het eerste testament ernstig tekort gedaan.

Maar terug naar de lezing. De eerste mens had het goed voor elkaar in hun tuin. En dan gaat het fout. God had hen gewaarschuwd niet te eten van de vruchten van de boom in het midden van de tuin. Hij had geen voorwaarden afgesproken met de mens, alleen de consequenties van die daad aangegeven. De eerste mens wordt verleid of zoals je wilt misleid door de slang. Vrijwel direct komt het besef dat het een verkeerde beslissing was. Zij schamen zich ongelofelijk, durven anderen niet onder ogen te komen, staan letterlijk in hun hemd.
En als God door de tuin wandelt, roept hij hen: ‘Waar ben je?’ Daar is geen ontkomen aan en zo wordt God gewaar wat er is gebeurd. God zet hen uit de tuin, ze moeten aan het werk. Met niets méér dan zichzelf en vijgenbladen. Het had niet veel om het lijf.
Ook wanneer wij onze zaakjes goed voor elkaar denken te hebben, gebeurt er zomaar iets waardoor alles er ineens anders uitziet. Het overkomt ons zonder dat wij er invloed op hebben of we worden misleid tot slechte of ondoordachte besluiten. Misschien door de gefilterde informatie die ons wordt voorgeschoteld, door sociale media; eenzijdig en gekeurd, of door zogenaamd ‘nepnieuws’.
En hoe vaak lopen wij niet aan de leiband van de economie. Op allerlei manieren worden wij verleid zaken te kopen die we niet nodig hebben.
Eerst proberen we de situatie nog te redden, door volgende besluiten te nemen als een vijgenblad dat ons beschermd en door ons te verschuilen. Maar hoe dan ook komt de vraag! ‘Waar ben je?’. De liefde van God is onvoorwaardelijk, maar niet vrijblijvend!
God zet ons aan het werk. We denken opnieuw te kunnen beginnen met opgedane kennis, met allerlei aangeleerde methodes en met onze ervaring. Maar als al dat gereedschap niet werkt? Dan hebben we niets anders dan alleen onszelf. Wat kun je dan nog doen, als je letterlijk met lege handen staat? Als het allemaal niet veel om het lijf heeft?
Het enig bruikbare is onze mond. En dus kunnen we alleen maar praten, praten, praten. Het loslaten van aangeleerde reflexen. En het gesprek aangaan over dat wat er werkelijk toe doet!

De vraag uit het begin is nog niet beantwoord: wat is de relatie tussen de tuin van Eden en de tuin van Getsemane?
We dachten dat de tuin van Eden het sluitstuk was van de schepping. Waar God wandelt met mensen die thuis zijn.
We dachten dat de tuin van Getsemane het sluitstuk was van het ultieme verhaal dat God – ondanks alles – naar mensen omkijkt en met mensen gaat.
Beide tuinen zijn niet het einde van een proces, maar het begin van iets nieuws!
Een kind van God is altijd onderweg.